Onderweg in de auto merkte ik dat ik hoofdpijn begon te krijgen. En nu ik thuis ben heb ik een piep in m’n oren en ben ik zo moe dat ik moet huilen. Ik ben weer eens over mijn grens gegaan. Voordat ik in de auto stapte voor een ritje van drie kwartier – na een (voor mijn doen) drukke week – had ik al een gespannen, licht angstig gevoel. Mijn ‘autorijdradius’ was tot nu toe rond de 20 minuten, dus driekwartier was ver. En ik was al moe. Onder het motto ‘exposure therapie’, zoals iemand anders het die dag noemde, heb ik het toch maar gedaan.
Exposure therapie is het aangaan van je angsten, om op die manier jezelf te leren dat het niet nodig is om bang te zijn voor de dingen waar je bang voor bent. Vertrouwen opbouwen door blootstelling. Dat kan een hele krachtige tool zijn om angstklachten te verminderen bij allerlei verschillende typen angsten en fobieën. Maar bij burn-out werkt het allemaal net een beetje anders.
Bij burn-out kan angst een symptoom zijn van overprikkeling of uitputting. In het kort is een burn-out een zwaar overbelast zenuwstelsel, waardoor veel van je basisfuncties niet meer (optimaal) werken en je veel verschillende fysieke, emotionele en mentale klachten ervaart. Een van de taken van het zenuwstelsel is het aangeven of er gevaar dreigt of niet. Je zenuwstelsel probeert jou veilig te houden, maar door de extreme overbelasting is het systeem ontregeld. Je zenuwstelsel denkt daardoor dat je in gevaar bent, waardoor je je heel angstig kan voelen voor dingen die rationeel gezien helemaal niet eng of spannend zouden moeten zijn. Angst is dus in dit geval een symptoom van de burn-out, een symptoom van disregulatie.
Met het behandelen van de angst schiet je niet veel op. In het geval van angst bij een burn-out moet je bezig gaan met de oorzaak: de burn-out, en dus het ontregelde zenuwstelsel. De beste manier daarvoor is het creëren van zoveel mogelijk veiligheid. Exposure therapie past daar niet bij. Bij exposure therapie stel je jezelf bloot aan dingen die je eng vindt, dat levert stress op. Bij burn-out is het niet slim om je bloot te stellen aan nog meer stress, want daardoor kan je zenuwstelsel juist nog verder in overbelasting en disregulatie schieten. Met name in de eerste fase van burn-out wil je je hoofd, lichaam en zenuwstelsel een gevoel van veiligheid geven. En dat doe je door het jezelf juist zo makkelijk en veilig mogelijk maken, om op die manier langzaam uit die disregulatie te kunnen stappen.
Als je verder in je herstel bent, en je minder snel in de angst schiet, kan het fijn zijn om af en toe wél weer dingen te doen die je spannend vindt. Doe dan vooral de dingen waar je naast spanning ook plezier of enthousiasme voor voelt, of waarvan je weet dat je het leuk vindt. Als je je toch zorgen maakt over bepaalde onderdelen kun je de stapjes voor jezelf zo klein maken als nodig, of de activiteit bijvoorbeeld inkorten. Het is belangrijk om vooral positieve ervaringen te verzamelen, zodat je langzaam maar zeker het vertrouwen terugkrijgt en vanuit een gevoel van veiligheid weer dingen kunt gaan doen. Als de drempel te groot voelt – voor de hoeveelheid spanning die je aankan, of de hoeveelheid energie die je hebt – , maak de drempel dan kleiner. Of doe het zodra je wél die hoeveelheid spanning aankan of die hoeveelheid energie hebt. Doe het vanuit veiligheid, op jouw tempo! Jezelf pushen heb je al zo lang gedaan als je burned out bent geraakt, pushen hoeft niet meer.
Ik begon dit verhaal met een autoritje, want dat was de aanleiding voor dit blog. Autorijden was voor mij heel lang iets spannends, omdat ik helemaal in het begin van mijn burn-out zwaar over mijn grens ben gegaan en zo (per ongeluk) extra angst hebt gecreëerd. We gingen met z’n tweeën een auto ophalen in omgeving Leiden. We gingen dus samen in één auto heen, en in twee terug. Ik moest dus in mijn eentje vanuit omgeving Leiden terugrijden naar huis (Friesland). Ik was me op dat moment nog niet bewust van wat een burn-out precies inhield, ik had geen idee waar mijn grenzen lagen, dus ik dacht dat dit een realistisch plan was. Maar, toen we bij de nieuwe auto aankwamen was ik al zwaar overprikkeld door de heenreis en trok ik het al nauwelijks meer om bijrijder te zijn. Toen moesten we dus nog helemaal terug. Zoals ik gewend was probeerde ik het gewoon op wilskracht. Na de eerste driehonderd meter tolde de omgeving al helemaal, en zat ik huilend achter het stuur. Dit was veel, veel, veel te overweldigend. Ik trok dit niet. Vervolgens zijn we een paar keer gestopt om half te slapen, nog meer te huilen, en om wat te eten (letterlijk energie naar binnen werken). Uiteindelijk zijn mijn ouders ons een heel stuk tegemoet gereden om één van de auto’s op te halen, want het lukte me echt niet meer.
Door dit voorval vond ik autorijden heel lang heel spannend. Toen mijn energie en veerkracht wat terug waren was autorijden wel een van de dingen die ik heel graag weer wilde kunnen. Vooral omdat het me zoveel vrijheid terug zou geven. Ik ben begonnen met hele kleine stukjes, een paar minuten met mijn vriend als bijrijder. Toen dat vertrouwd begon te voelen ben ik een paar keer in mijn eentje die ministukjes gaan rijden, en daarna ben ik het gaan combineren met bijvoorbeeld tanken of boodschappen doen. En nu, nu durfde ik dus mijn radius van 20 minuten ruim te verdubbelen. Ja, ik ging wel over mijn grens, kreeg wat klachten, maar het was lang niet zo overweldigend als die eerste keer. Het was een goeie test, herstel blijft trial and error. Mijn vertrouwen is er nog steeds door alle positieve ervaringen van het afgelopen half jaar, dus we bouwen langzaam door. Stap voor stap voor stap.
Wat ik je met deze blog vooral wil meegeven: Angst is niet altijd iets waar je je doorheen moet pushen. Als je weet dat burn-out, overspannenheid of overbelasting de oorzaak is van de angst, dan heb je baat bij rust en een gevoel van veiligheid. Geef je eraan over, maak het jezelf zo makkelijk mogelijk! Zodra je het aandurft kun je in kleine stapjes het vertrouwen weer gaan opbouwen, op jouw eigen tempo!
Veel liefs,
Lieke
