De audioversie van deze blog:

Als ik terugkijk naar het herstelproces van mijn burn-out zie ik dat er verschillende fases zijn waar ik doorheen ben gegaan. Het leek me leuk om die in een overzicht te zetten en te kijken of andere mensen hun herstel op dezelfde manier ervaren als ik tot nu toe. Want ondanks dat ik al ruim twee jaar bezig ben met herstellen heb ik nog steeds een lange weg te gaan. Met name het afgelopen jaar heb ik veel vooruitgang gemerkt, dus ik hoop dat die duidelijk stijgende lijn zich voortzet!

Fase 1. What the “F” is er aan de hand?!

De eerste paar weken van de burn-out wist ik totaal nog niet wat er aan de hand was. Ik begreep niet waarom ik me zo ontzettend naar voelde en wat ik moest doen. Ik was vooral veel in paniek. Het was heel overweldigend om te merken dat mijn lichaam en hoofd totaal niet meer werkten zoals ik gewend was. Toen ik na de eerste gesprekken met de huisarts en psycholoog door had wat er aan de hand was, gaf dat wat rust. Maar ik kon veel van mijn klachten en symptomen nog niet plaatsen en herkennen voor wat ze waren – overbelasting, overprikkeling en oververmoeidheid – waardoor de klachten me veel angst bleven geven.

En, natuurlijk wist ik nog steeds niet waar mijn grenzen lagen, waar ik goed aan deed of wat ik moest doen om beter te worden. Ik wist in theorie wel dat ik moest ‘rusten’, maar hoe dat er in de praktijk uitziet, hoe dat voor mij werkt, wist ik nog niet. Het was een heel onzekere overweldigende periode, die eerste paar weken.

Daarbij komt ook – dat als je uitvalt als student – er niet een bedrijfsarts is die zich met je gaat bemoeien. Alle hulp moet je zelf regelen, aan de ene kant betekent dat dat er geen druk is van buitenaf (wat heel fijn is), aan de andere kant betekent het dat je alles dus zelf moet opzoeken, uitpluizen en regelen, terwijl je daar eigenlijk helemaal geen energie voor hebt. Dat was in die beginperiode met name erg veel, te veel eigenlijk.

Fase 2. Uit alle macht blijven volhouden

Toen volgde een periode van ongeveer een half jaar dat ik in een soort ontkenningsfase zat. Misschien is ontkenningsfase niet het goede woord, het was meer een volhoud fase. Het was inmiddels zomervakantie, en mijn hoofd had bedacht dat ik na de zomer genoeg rust zou hebben gehad om weer rustig te beginnen met het oppakken van de stage, waar ik na 2 maanden was uitgevallen. Ik was die zomer druk met plannen maken om mijn stage na de zomer af te maken. Ik was veel aan het regelen en gesprekken aan het voeren met mijn docent, de decaan en psycholoog over deze ‘re-integratie’.

Rationeel had ik besloten dat ik kon beginnen met acht uur per week, om zo mijn stage af te maken vanuit huis. Elke twee weken zou ik met twee uur opbouwen. Ik was ook wel bezig met herstellen, luisteren naar mijn lichaam, maar mijn prioriteit was het opbouwen en weer productief zijn. Want dat was het doel, dacht ik toen. Ik probeerde uit alle macht bij elkaar te houden wat er bij elkaar te houden viel, ik probeerde vol te houden, zo goed en zo kwaad als het kon. Ik wilde mijn stage afmaken, en uiteindelijk mijn studie. Aan verwachtingen voldoen, van zowel mijzelf als die van de maatschappij in het algemeen. Geen afhaker zijn, doorzetten en afmaken wat je begint. Niet falen.

Dus: die vijf maanden die ik niet aan mijn studie had besteed, dat was genoeg rust geweest, had mijn hoofd besloten. Het was tijd om op te bouwen. In september begon ik: vier dagen per week, twee uur per dag. De eerste week ging het, maar daar was het ook mee gezegd. De week daarna ging het nauwelijks, en de week daarna was het tijd om weer op te bouwen. Dat deed ik, maar eigenlijk lukte het niet. Trillend, zwetend en met hartkloppingen zat ik achter m’n laptop. M’n lichaam stribbelde heel erg tegen, maar ik wilde dit echt heel graag afmaken. (Op zulke dagen stopte ik overigens wel, hartkloppingen waren een te duidelijk signaal om doorheen te pushen.)

Uiteindelijk heb ik een paar stappen teruggedaan. Ik ben met zowel de hogeschool als mijn stage in overleg gegaan en werd de stageopdracht wat aangepast. Zo heb ik, ongeveer tien/elf maanden na uitvallen alsnog mijn stage afgerond. Maar, daarbij ben ik dus wel flink over mijn eigen grenzen gegaan. Dat had ik door, en daarmee was dit voor mij ook het moment dat ik me realiseerde dat ik nu echt voor herstel moest kiezen. Ik schreef me uit van mijn studie. Geen druk meer, geen stress, alleen maar rust, werd het doel.

Fase 3. Accepteren en terug naar de basis

Twee maanden later, ruim een jaar na het eerste uitvallen viel het kwartje dat productiviteit niet het doel is. Na het inleveren van mijn stageverslag en het uitschrijven crashte ik weer enorm. Deze dip was nog dieper dan de crash van een jaar eerder. Maar, van elke dip leer je weer wat, want na deze diepe crash kwam voor mij de realisatie dat rust een voorwaarde is om überhaupt dingen te kunnen doen. Zonder rust kán je niks doen. “Rust is een voorwaarde” werd mijn mantra.

Hiermee begon de fase waarin ik mijn weg terug wilde vinden naar een soort ‘basis lijn’ in mijn energieniveau. Dus meer energie erin dan eruit. In eerste instantie betekende dat dat ik alles wat spanning of stress gaf niet deed (tenzij iets het voor mij waard was). Ik zei op bijna alles ‘nee’, en deed alleen wat voor mij goed voelde.

Dit betekende dat ik veel tijd alleen doorbracht en in mijn kleine bubbel mijn grenzen leerde herkennen, aanvoelen en communiceren naar de veilige vertrouwde mensen in mijn omgeving. En, ik leerde meer over het zenuwstelsel en wat er gebeurt als je burned-out bent. Een gevoel van veiligheid creëren is heel erg belangrijk om de stresshormonen in je bloed te verlagen. Ik deed er dus alles aan om m’n lichaam te laten merken ‘je bent veilig, het is oke’. Concreet zijn een ritme in slapen en eten daarvoor belangrijk, buiten zijn en licht bewegen helpen heel erg en verder deed ik dingen die ik fijn vond om te doen, zoals tuinieren, schrijven, tekenen, koken etc. Alles om de spanning en stress in mijn lichaam te verlagen.

Was dat makkelijk? Nee, zeker niet. Het klinkt misschien als vakantie, maar een systeem dat al jaren gewend is aan zo veel stress moet heel veel moeite doen om zonder die stress een nieuwe manier van functioneren en coping te vinden. Dus hoe makkelijk het ook klinkt, het is een hele zoektocht naar een nieuw normaal en een nieuwe balans.

Fase 4. De theorie in de praktijk brengen

Toen ik een paar maanden bezig was met het leven in mijn kleine bubbel, merkte ik dat er weer wat meer energie was. Fysiek, maar ook mentaal. En, ik merkte vooral dat ik behoefte begon te krijgen aan sociaal contact, buiten mijn kleine veilige kring van lieve en superbegripvolle mensen. Het werd dus tijd om mijn wereldje weer wat groter te maken. Dat vond ik heel spannend! Maar ik wist ook dat ik inmiddels zo veel tools had dat ik het kon. Het werd tijd om de theorie in de praktijk te brengen.

Het voelt een beetje alsof ik een level omhoog ben gegaan in het proces. Daarover zei mijn ergotherapeut ‘new level, new devil’, want waar ik eerst alleen in m’n eigen bubbel was en in principe overal ‘nee’ op zei, moet ik nu opeens weer gaan nadenken over wat ik wel en niet kan en wil doen; hoeveel ik in een week of maand op mijn planning kan hebben; hoeveel rustdagen ik nodig heb tussen dingen; hoe lang ik iets kan volhouden. Allemaal dingen die ik met trial and error moet zien te achterhalen. En, daar zit ik nu nog middenin.

Fase 5. Hersteld en helemaal relaxed 😜

Mijn wereldje wordt met kleine stapjes weer wat groter. Maar hersteld van de burn-out? Nee, dat ben ik nog niet. Ik ben dus heel benieuwd welke fases er nog komen. Ik hoop op een ‘ik ben een relaxed mens’ fase, waarin kunnen en willen meer op één lijn liggen, en ik minder spanning/stress ervaar. En, dat die fase dan de rest van mijn leven duurt. Daar gaan we voor!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *